ARN, de kachel voor de stad

restwarmte IIAfvalverwer­ker ARN inWeurt als de kachel van de stad. De Nijmeegse GroenLinks-wet­houder Jan van der Meer vindt het een fantastische gedachte. En wat heel lang een droom was, gaat nu echt gebeuren. Nog dit jaar gaat de schop de grond in voor het leggen van de eerste leidingen van het nieuwe warmtenet. Een enorm project. Er worden kilometers warmteleidin­gen gelegd, er gaan zelfs buizen onder het MaasWaalkanaal en de Waal door. Een bericht in De Gelderlander.

De ARN inWeurt verbrandt jaar­lijks ruim 360.000 ton afval, deels opgehaald in de regio Nijmegen. De verbranding levert een enor­me hoeveelheid restwarmte op. Al decennialang blaast de afvalver­werker die restwarmte de lucht in. Maar straks wordt deze warm­te nuttig gebruikt voor het ver­warmen van vele duizenden hui­zen in deWaalsprong enWaal-front­ West. Iedereen in deze woongebieden wordt straks ver­plicht om hierop aan te sluiten, Zelfs de bestaande woningen in deWaalsprong die nu nog hun warmte krijgen via gasgestookte centrales, vallen straks sterug op de restwarmte van de ARN. Me­dio 2012 heeft de gemeenteraad met die ontwikkeling ingestemd.

100 miljoen euro wordt in dit pro­ject geïnvesteerd. Het rijk draagt bij, de provincie en partijen als energiebedrijf NUON en netwerk­beheerder Alliander. Jan van der Meer is enorm trots op dit warmteproject. „Het is ei­genlijk idioot dat wij zo lang zo veel warmte de lucht in hebben geblazen. We zijn soms uitgela­chen toen we erover spraken, nu wordt het toch realiteit. Mogelijk kunnen we straks zelfs bedrijven met de restwarmte verwarmen.”

Van der Meer herinnert zich nog een gesprek dat de directeur van de ARN, Gerard van Gorcum, voerde met ondernemers van het industrieterrein langs het Maas-Waalkanaal. „Op die bijeen­komst riep iemand ‘welke gek heeft dit plan verzonnen’. Van Gorcum wist echter goed uit te leggen dat dit helemaal niet zo’n idioot plan was. Hij hield de on­dernemers voor dat ze er ook zelf van zouden kunnen profiteren.

Het kwartje is daarna razendsnel gevallen. Ook de ondernemers op dit industrieterrein geloven nu in de kansen van duurzame energie. Volgens Van der Meer wordt bij­voorbeeld gesproken met Nacco, het heftruckbedrijf op het indus­trieterrein Oostkanaalhavens. „Misschien dat een aftakking van het warmtedistributienet naar Nacco kan gaan.”

Die discussie over duurzame warmteleveringen bij de bedrij­ven van TPN-West heeft er intus­sen toe geleid dat de onderne­mers nu samen serieus nadenken over het volledig energieneutraal maken van het industrieterrein. Volgens het ingenieursbureau HaskoningDHV is dit laatste goed mogelijk. Bijvoorbeeld door een combinatie van het gebruik van restwarmte, de plaatsing van windmolens en zonnepanelen en een systeem van warmte- en kou­de- opslag in de grond.

Essentieel voor het succes van het nieuwe warmtenet is natuurlijk dat er altijd voldoende restwarm­te is voor de verwarming van de huizen en bedrijven. De ARN te­kent daarom met de NUON een contract voor de levering geduren­de dertig jaar. Maar ook als de ARN onverhoeds stil komt te val­len of als er extreme koude op­duikt in de winter en er een grote warmtevraag is, mag de levering van warmte niet onderbroken worden en moeten woningen goed verwarmd kunnen worden. Daarom worden op enkele plek­ken in hetWaalspronggebied ook hulpwarmtecentrales neergezet waarop in nood altijd teruggeval­len kan worden.

Ook Radboudumc op nieuw warmtenet?

De potentie van het warmtenet is enorm. Volgens wet­houder Jan van der Meer kan de restwarmte van de ARN maar liefst 34.000 huizen verwarmen. Het net dat nu wordt aangelegd richting West en de Waalsprong is bedoeld voor zo’n 14.000 aan­sluitingen. Dus is er nog voldoen­de ruimte voor aansluitingen in andere gebieden. Een van de op­ties is een uitbreiding van het dis­tributienet naar de stationszone en campus Heijendaal. Volgens Van der Meer wordt al overlegd met het Radboudumc. Het zieken­huis heeft een enorme warmte­vraag. „Vergelijk het maar met wat 10.000 woningen nodig heb­ben. Als we het ziekenhuis kun­nen aansluiten, zou dit een enor­me klapper zijn voor dit duurza­me warmteproject.” Ook studentenflats zijn in beeld.