‘De energietransitie is alleen mogelijk als iedereen eraan bijdraagt’

In Nederland verwarmen we huizen en gebouwen vooral met aardgas. Voor een volledig duurzame energievoorziening in 2050 zijn andere vormen van verwarming nodig. De energietransitie is een immense operatie en alleen mogelijk als iedereen bijdraagt: overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Als warmteregisseur in de regio’s Amsterdam en Arnhem-Nijmegen vertelde Jan van der Meer tijdens het seminar Zonder gas in de kou? van Dirkzwager over de transitie van gas naar duurzame verwarming: wat staat bedrijven en organisaties te wachten? Een interview voor het blad Samenspraak. 

Zittend aan zijn eettafel kijkt Jan van der Meer om zich heen. Nee, zijn bovenwoning in de Nijmeegse wijk Bottendaal is nog niet gasvrij. Dat zou hij natuurlijk wel willen, maar het blijkt nog niet zo eenvoudig voor een huis uit 1905. “Toevallig kwam ik op het seminar een directeur tegen van een warmtepompbedrijf in de regio. Hij heeft bij mij thuis gekeken naar duurzame alternatieven. Het kan allemaal, maar dan zijn er wel wat aanpassingen nodig. Zonnepanelen heb ik al maar ik moet dan ook aan de dakisolatie, warmtepomp en andere radiatoren. Al met al de nodige investeringen.

Van der Meer laat een tijdlijn zien met de kosten van aardgas en duurzame warmte: “Bij een energierekening van gemiddeld 1750 per jaar kun je 35.000 euro investeren. De kosten voor duurzame oplossingen met warmtepompen liggen nu echter op zo’n 70.000 euro. Dat is een flink gat. Bedrijven en particulieren kunnen die investering vaak niet doen. Voor het rendabele deel is een gebouwgebonden lening een oplossing, bijvoorbeeld via pensioenfondsen, voor het tweede deel een onrendabele topsubsidie. Door de gasprijs te verhogen, is die subsidie echter steeds minder nodig.”

Wet- en regelgeving

Budget hiervoor is nog niet geregeld. De financiële regelingen moeten vanuit Den Haag komen, en of dat gebeurt hangt mede af van de coalitie. “Nederland bungelt wereldwijd onderaan als het gaat om duurzame energie, maar dat is gelukkig aan het veranderen. Als je twee jaar geleden had gezegd dat we Nederland gasvrij gingen maken, had iedereen je voor gek verklaard. Nu moeten netbeheerders zich afvragen of vervanging van het net nog wel een goede investering is. Met de bevingen in Groningen en het klimaatakkoord van Parijs erbij zet het ministerie van EZ nu veel tandjes bij om tot goede wet- en regelgeving te komen.”

De kaders vanuit het Rijk zijn nog niet optimaal, vindt Van der Meer. “Zeg maar gerust slecht. In de Energieagenda van 2016 staat hoe we in 2050 nog maar nauwelijks CO2 uitstoten. Bijvoorbeeld door de gasprijs te verhogen. Die is nu absurd laag, daar kun je niet tegenop concurreren.” In de Energieagenda staat ook dat de aansluitverplichting van gas verdwijnt en dat gemeenten en netbeheerders de regie krijgen bij het al of niet vervangen van het aardgasnet. Van der Meer noemt dat het afsluitrecht voor gemeenten.

Goede taalverdeling

Het succes hangt volgens Van der Meer vooral af van een goede taakverdeling. Het Rijk bepaalt de kaders, rollen, instrumenten, financiering en subsidieregelingen. Gemeenten gaan met corporaties en energiemaatschappijen inventariseren welke wijken geschikt zijn voor aansluiting op het warmtenet of waar de woningen moeten worden uitgerust met warmtepompen. Provincies kijken naar grotere regionale projecten en bij burgers en bedrijven gaat het om bewustwording. Ook moet er meer kennis en deskundigheid komen in de diverse sectoren, van keukenbranche tot installateurs en opleidingscentra. “Het is een langzame verandering. Weinig mensen realiseren zich dat 80 procent van hun energieverbruik thuis bestaat uit het verbranden van aardgas. Ze leggen zonnepanelen op hun dak, maar dat is pas het begin. Daarmee wek je elektriciteit op, maar verwarm je je huis niet.”

Als warmteregisseur zoekt Van der Meer een formule om een geoliede machine neer te zetten met alle partners die nodig zijn. Dat is zijn grootste droom. “Samen moeten we bepalen welke wijken de komende jaren als eerste aan de beurt zijn. Als wijk moet je bepalen of je collectief op het warmtenet gaat of allemaal een warmtepomp neemt. In dat laatste geval moeten we het elektriciteitsnet in zo’n wijk verzwaren. Als alle mensen namelijk in een koude winter tegelijk thuiskomen en hun elektrische auto aan de stroom leggen, de lichten aanzetten, computer, televisie en verwarming, kan dat behoorlijk kwetsbaar zijn voor onze energiehuishouding.”

Ideaal als vijand

De energietransitie is niet niks, geeft Van der Meer toe. Dat was vroeger anders. Hij refereert aan de overstap van stadsgas naar aardgas in de jaren zestig, waarbij alle ketels en gasfornuizen in huizen werden vervangen. “De overheid bepaalde, de gemeente had de regie en het gemeentelijk energiebedrijf voerde uit. Het was een masterplan dat je per wijk uitrolde. Nu heb je te maken met commerciële energiebedrijven, gemeenten met weinig armslag, mondige burgers, verschillende technieken en hoge kosten.” Wil hij terug naar de jaren zestig? “Nee, vooruit naar de jaren zestig. We moeten nu echt beginnen.”

Voor goede afstemming is overleg nodig en dat is wat een warmteregisseur doet. In de toekomst ziet Van der Meer in iedere wijk een warmteregisseur, om alles te coördineren en investeringen af te stemmen. En een wijkwinkel voor advies op maat. “Nu wordt er nog teveel geluld en te weinig gedaan. Bij elke techniek stellen mensen vraagtekens. Ze willen geen windparken, geen zonneweides en geen biomassa of afval verbranden, terwijl we dat wel allemaal nodig hebben. Ik snap de redenatie wel: mensen hebben soms een ideaalbeeld voor ogen. En wat niet in dat ideaalbeeld past wijzen ze nu af. En zo wordt het ideaal van de toekomst de vijand van het goede dat je nu kunt doen. Dan wachten we op de CO2-reductie in de toekomst terwijl we nu de uitstoot kunnen terugdringen! Als we heel veel woningen aansluiten op een warmtenet en daarmee van het gas af halen betekent dat een flinke CO2-reductie. Niet meteen nul, maar wel 50 tot 70 procent. Daarna kunnen we het net verder verduurzamen met groene pompenergie, verdergaande isolatie van de woningen en tenslotte met aardwarmte.

De warmtetransitie leeft onder burgers en bedrijven, merkt Van der Meer bij Over Morgen, het adviesbureau waar hij werkt. “Een paar jaar geleden ging één medewerker over warmte, nu zijn dat er 25. Maar alles valt of staat met wat het Rijk doet. Als er vanuit Den Haag geen hulpmiddelen komen, zakt alles als een plumpudding in elkaar.”