Dit kabinet doet aan schone autootjes pesten

elektrische_autoWie een schone auto rijdt, zou minder parkeergeld moeten betalen. Maar dat wil de staatssecretaris niet. Terwijl steden juist graag groene politiek voeren. Lees het opiniestuk dat Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren schreef samen met wethouder Jan van der Meer in Nijmegen, wethouder Frits Lintmeijer in Utrecht en stadsdeelwethouder Dirk de Jager in Amsterdam-West.

Niet minder dan drie kabinetten bogen zich erover: een simpele regeling die het gemeenten mogelijk maakt om schone auto’s minder parkeergeld te vragen. Deze week zette staatssecretaris Atsma (Infrastructuur) het wetsvoorstel bij het grof vuil. Daarmee zet hij een dikke streep door een belangrijk adagium van dit kabinet: decentraal wat kan, centraal wat moet. Alhoewel de lucht in Nederland gemiddeld gesproken langzamerhand ietsjes minder ongezond is geworden, blijven er met name in de steden veel knelpunten over.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten trok pas weer aan de bel: als de lucht niet schoner wordt en we de afgesproken normen niet halen, blijven niet alleen de gezondheidsrisico’s te hoog, maar ontstaan er, net als tien jaar geleden, wettelijke problemen met nieuwbouw. Het beleid van het kabinet om de lucht te klaren is weinig behulpzaam. Door de snelwegen te verbreden, neemt ook de druk op wegen in de stad verder toe. Mensen moeten tenslotte via die brede wegen het stedelijk gebied in. De kaalslag in het openbaar vervoer helpt ook niet om mensen te verleiden over te stappen op duurzamer vervoer. Bovendien wordt het fiscaal beleid om schone auto’s te stimuleren uitgekleed. De verhoging van de maximum snelheid tenslotte leidt tot extra uitstoot.

Een staatssecretaris die zelf weinig doet, zou op zijn minst decentrale overheden die hun verantwoordelijkheid willen nemen de kans moeten geven dat te doen. Dat zou ook passen in de verregaande decentralisatiepolitiek van dit kabinet. Het is dan ook knap inconsequent om gemeenten het recht te ontzeggen om mensen die investeren in superschone (en doorgaans dure) auto’s een voordeeltje te bieden bij het parkeren. Een nieuw fenomeen in Nederland: schoon autootje pesten.

Atsma zegt zich bovendien zorgen te maken over mensen met een krappe beurs. Die zouden nadeel kunnen ondervinden van gedifferentieerde parkeertarieven. Dat valt te bezien. Het bieden van voordeel aan de een, betekent niet per se nadeel voor een ander. Het argument is ook hypocriet: op tal van andere beleidsterreinen interesseert de inkomenspositie van laagbetaalden dit kabinet geen zier.

Er komt nog iets bij. Door een wetsvoorstel dat al sinds 2007 in het vat zit letterlijk op een achternamiddag van tafel te vegen, toont de rijksoverheid opnieuw haar onbetrouwbaarheid richting ondernemers. Groene pioniers, ondernemers die innovatieve producten willen slijten zoals elektrische auto’s of auto’s op biogas, worden gek van de wispelturigheid van de overheid. Het fiscaal regime verandert om de haverklap en aangekondigde wetten die schone auto’s een steuntje in de rug geven, verdwijnen plots van tafel. Daar bouw je geen businesscases mee op.

We hadden meer verwacht van staatssecretaris Joop Atsma. In het verleden maakte juist hij zich sterk voor bijvoorbeeld investeringen in snelfietsroutes. Maar deze CDA-bewindsman heeft zich inmiddels gevoegd naar de anti-duurzaamheidssentimenten van dit kabinet. Louter uit rancune tegen alles wat groen is weigert hij nu ook steden de kans te geven moderne groene politiek te bedrijven. Daarmee vervreemdt het CDA zich niet alleen van stedelijke kiezers, maar ook van groene ondernemers.