Gelderland moet extra aan de bak om CO2-doelstelling te halen

Bedrijven en burgers in Gelderland moeten meer gaan doen aan energiebesparing en verlaging van de CO2-uitstoot. De provincie wil drastische maatregelen nemen om de eigen klimaatdoelstelling te halen. De huidige plannen zijn onvoldoende, blijkt uit nieuwe berekeningen. Dat zegt gedeputeerde Jan van der Meer in gesprek met De Gelderlander.

Het college liet alle plannen die zijn gemaakt voor windmolens en zonnevelden in de provincie doorrekenen, en kwam tot de conclusie dat die een CO2-reductie van 45 procent opleveren in 2030. Iets minder dan de landelijke afspraak van 49 procent, maar fors minder dan de eigen doelstelling van 55 procent. Die doelstelling, erkent Van der Meer, gaat niet lukken ‘met alleen wind en zon’. Nu staan er ruim honderd windmolens op stapel in Gelderland. Voor de landelijke doelstelling zijn er 230 nodig, met 2000 hectare aan zonnevelden. Maar als die 10 procent extra ook nog gehaald moet worden, dan praat je over 800 windmolens en 3300 hectare zonnevelden. Ondoenlijk en niet reëel, zegt de gedeputeerde.

Het gat moet dus op een andere manier gedicht worden. En daarvoor zijn er ‘geen taboes’. ,,Alle ideeën om die 10 procent extra te realiseren zijn welkom.” De provincie wil in gesprek met de 25 grootste uitstoters in Gelderland, ‘kijken of daar meer te halen valt’. ,,De glastuinbouw, keramische industrie, en papierindustrie, daar moeten we nog meer kunnen doen.” Van der Meer zegt ook te willen kijken of CO2 kan worden opgeslagen bij afvalverwerkers. Ook moeten inwoners bewuster met energie omgaan.

Gelderland is de enige provincie met een eigen doelstelling voor CO2-besparing. De provincie had al 360 miljoen euro uitgetrokken om die reductie voor 2030 te realiseren. Dat bedrag wordt nu volledig aangewend om de missende 10 procent voor elkaar te krijgen. ,,Voor duurzame energieopwekking is landelijke subsidie beschikbaar, maar voor het besparen van energie niet”, zegt Van der Meer. ,,Daar gaan wij dus nadrukkelijk naar kijken, om onze doelstelling toch nog te kunnen halen.” De gedeputeerde hekelt de weerstand tegen groene projecten. ,,Tegen iedere windmolen, zonneveld, of biomassacentrale wordt bezwaar gemaakt. Alles kan kapot worden gemaakt met bepaalde frames, terwijl de feiten soms toch net wat anders liggen. Het besef zal echt in moeten dalen dat als je je computer aan wilt kunnen doen, je ook die windmolen zult moeten accepteren.”

De provincie wil het groenste jongetje van de klas zijn, maar de zelf opgelegde doelstellingen dreigen niet gehaald te worden. En dus moet gedeputeerde Jan van der Meer aan de bak. We staan, zo zegt Jan van der Meer (54, Nijmegen), met de overgang naar groene energie voor een ommekeer die ongekend is voor het menselijke ras. De acceptatie moet nog wel ontstaan, erkent hij. ,,In tien jaar hebben we gefikst dat we van kolen naar aardgas gingen. Hier nemen we meer tijd voor, maar ook dit gaat ons lukken. Ook al moeten het maatschappelijk draagvlak en de financiering nog komen.”

Zo’n vier maanden is Van der Meer nu GroenLinks-gedeputeerde in een Gelders college dat verder bestaat uit VVD, CDA, PvdA, en ChristenUnie. De Nijmegenaar heeft te dealen met een erfenis van de vorige Staten: een nog hogere CO2-reductie in 2030 dan door het Rijk is opgelegd. Landelijk is een vermindering van 49 procent afgesproken, Gelderland gaat daar als enige provincie met 55 procent ruim over heen. Maar dat heeft wel verstrekkende gevolgen. De provincie liet alle plannen die nu gemaakt zijn voor zonneparken en windmolens in Gelderland doorrekenen volgens een landelijk model. Daaruit bleek dat de eigen, ambitieuze doelstellingen in de verste verte niet worden gehaald. Sterker nog: met 45 procent kan Gelderland zelfs niet tippen aan de landelijke doelstellingen.

En dus kondigt Van der Meer nu drastische maatregelen aan. De nadruk komt daarbij te liggen op het besparen van energie. ,,Alles wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken.” Hij rekent op solidariteit en de medewerking van burgers en bedrijven. ,,Denk niet alleen aan de lasten, maar ook aan de lusten. Je kunt met windmolens en zonnevelden ook verdienen, waarmee bijvoorbeeld een wijkcentrum overeind gehouden kan worden. En als je investeert in een duurzame woning, gaat je spaargeld meer renderen dan nu.”

De provincie had al 360 miljoen euro gereserveerd voor de overgang naar duurzame energie. Nu wordt dat bedrag exclusief aangewend om het gat te overbruggen dat volgens de modellen niet gehaald wordt. Een intensiveringspakket, noemt Van der Meer dat. Daarbij mogen alle opties op tafel, wetende dat de provincie niet gaat over maatregelen als minder vliegen en beperking van de veeteelt. ,,Wij gaan met knappe koppen en bedrijven aan de slag om die 10 procent te realiseren. Bij zo’n grote maatschappelijke opgave moet je ook heilige huisjes ter discussie willen stellen.”

Zo wil hij in gesprek met 25 bedrijven met de hoogste uitstoot in Gelderland om de CO2 verder te beperken, zoals de glastuinbouw, keramische industrie, en papierfabrieken. Als ander voorbeeld noemt de gedeputeerde de tuinbouw in de Bommelerwaard, waar juist veel CO2 nodig is. Daarvoor wordt nu aardgas gestookt. ,,Het zou goed zijn als we hen op een andere manier van CO2 zouden kunnen voorzien, bijvoorbeeld door die af te vangen bij de vuilverbrandingsinstallaties. Het is geen duurzame energie, dus er is geen subsidie voor. Maar het is goed voor ons om te kijken hoe we dat soort projecten wel voor elkaar kunnen krijgen.”

Verder vindt Van der Meer dat de provincie meer zou moeten controleren op energiebesparing bij bedrijven. Zij zijn verplicht om duurzame maatregelen te treffen die binnen vijf jaar zijn terugverdiend. ,,Maar daar handhaven we nu nog veel te weinig op. Bovendien moeten we daar misschien wel zes of zeven jaar van maken.”

De GroenLinkser constateert de weerstand tegen alles wat met groene energie te maken heeft. Tegen zonnevelden, biomassa, windmolens, komen steevast vele bezwaren. ,,Behalve tegen zonnepanelen op daken. Maar dat kunnen we niet afdwingen. Daarom vind ik dat een dwingendere situatie zou moeten kunnen. En dan in ieder geval beginnen bij de grootste daken.” Ter illustratie schetst Van der Meer dat eind 2018 op 7 procent van de geschikte daken in Gelderland zonnepanelen lagen. Dat zou in de komende 10 jaar 40 procent moeten worden. En wat mestvergisters betreft: de gedeputeerde wil niet te afhankelijk worden van de intensieve veeteelt. ,,Maar nu wordt nog maar 3 procent van de mest gebruikt voor biogas. Dat kan echt nog wel wat meer worden.”

Collega-gedeputeerde Peter Drenth, die over landbouw gaat, zei onlangs dat de provincie een stokje gaat steken voor zonnevelden op vruchtbare weilanden. Dat was, zo zegt Van der Meer nu, niet helemaal een goede weergave van de werkelijkheid. ,,Natuurlijk zijn er botsende belangen tussen landbouw, natuur en energieopwekking. Maar ik kan me ook voorstellen dat er win-winsituaties ontstaan. Zonnevelden waar landbouw onder ontstaat.” Er is, zo wil de Nijmegenaar maar benadrukken, nu geen beperking vanuit de provincie als het op het vol zetten van landbouwgrond met zonnepanelen aankomt. ,,Dat is aan de gemeenten. Zij hebben sowieso een belangrijke rol in het grootschalig opwekken van duurzame energie.”

Hij staat, zo weet Van der Meer, voor een flinke uitdaging de komende vier jaar. Hij is vastbesloten om dit beleid, dat hem uit de vorige Staten is opgelegd, succesvol ten uitvoer te brengen. ,,Gelderland heeft deze keuze weloverwogen gemaakt, maar ik wil ze wel meegeven wat dat betekent.”