Grens verdichting in wijken in zicht

jan_in_vondelpark_kleinWethouder Jan van der Meer van GroenLinks is verantwoordelijk voor het groenbeleid in de stad. Het verwijt van een groot aantal bewonersgroepen dat de wijken verstenen, komt dan ook hard bij hem aan. Een interview in De Gelderlander.

Het was eind januari geen prettige bijeen­komst voor Jan van der Meer in het stad­huis. Elf insprekers op rij kapittelden een uur lang het groenbeleid van de gemeente. Vol­gens hen ziet het stadsbestuur het groen in de wijken vooral als een sta in de weg voor de vele bouw­plannen. Maar volgens de bewo­nersgroepen is het groen juist van grote betekenis voor de leefbaar­heid van diezelfde buurten. „ De parkjes zijn de longen van de stad, speelplekken voor de kinderen, ouderen wandelen en zitten er graag en de bomen vangen ook nog eens de vieze stoffen van de auto’s op”, riepen de critici van het stadsbestuur in koor. „Koester daarom dit wijkgroen”, was de op­roep van de bewonersgroepen.

Jan van der Meer mocht die avond alleen maar luisteren. Pas in maart komt er een debat waarin hij zich ook mag roeren. Dan zal hij zeker laten horen dat hij het niet eens is met de conclusie dat de stad ver­steent. Waar de bewonersorganisaties een lijst met 25 wijkparkjes en groene zones toonden die de afgelopen twintig jaar zijn verdwenen, wijst Jan van der Meer juist op forse in­vesteringen van de gemeente in het groen. Hij kan zo twintig voor­beelden opsommen van locaties waar het wijkgroen versterkt is. Nijmegen heeft bovendien zijn nek uitgestoken in de Ooijpolder die niet eens onder de stad valt. Maar het is wel de tuin van veel Nijmegenaren. Daarom steunt Van der Meer de buurgemeente ook met middelen om bijvoor­beeld wandelpaden in te richten.

De wethouder verwerpt de felle kritiek van de bewonersgroepen, maar hij erkent tegelijk dat de grenzen van de verdichting van wijken misschien wel in zicht ko­men. Dat de gemeenteraad on­langs al een aantal bouwlocaties in Dukenburg en Grootstal geschrapt heeft en daar bewust heeft geko­zen voor het behoud van groen is in dit kader zeker een signaal. Van der Meer verwacht dat het groen ook een lokaal verkiezingsitem zal worden in 2010. Bang is er hij niet voor. Volgens Van der Meer tonen onderzoeken aan dat de meeste stadsbewoners nog steeds te spre­ken zijn over de groenvoorzienin­gen in hun woonomgeving. „Het gaat echt niet zo hard bergaf­waarts als de bewonersgroepen be­weren. Alleen Oud-West is een uit­zondering. Daar is ook de gemeen­te kritisch over het geringe groen.” Van der Meer wijt dat aan het ont­breken van voldoende bomen in de straten. In de tuinen is het groen ook wat minder uitbundig dan bijvoorbeeld in Nijme­gen- Oost. „In west moeten we daarom zeker aan de slag met het groen. Bij de herinrichting van bij­voorbeeld het Nachtegaalplein krijgt het groen veel aandacht.”

Van der Meer wil verder dat er in alle wijken ‘groene ommetjes’ ko­men. „ In een straal van 300 meter moet elke bewoner in een groen gebied kunnen stappen.” Toch zal hij de bewonersgroepen ook voor­houden dat de stad ook moet bou­wen. Lang geleden pleitte Van der Meer met succes voor een kleinere Waalsprong. Hij vond het onver­standig om de stad verder in de breedte te laten groeien. Dankzij de inzet van Van der Meer werd de geplande woningbouw rond Ressen geschrapt. Dat gebied blijft groen. „Maar er is nog steeds grote behoefte aan nieuwbouw. Dat kan niemand ontkennen.”

De oplossing ligt volgens Van der Meer vooral in de ontwikkeling van meer hoogbouw. Rond appar­tementencomplexen zijn vaak gro­te mogelijkheden om nieuwe groe­ne stroken en parkjes in te richten. Het idee dat al die flatbewoners op grote afstand van de natuur leven, vindt hij onzin. „Mensen in woon­torens beleven de natuur vaak heel intensief. Ze zien de bomen beter dan anderen, zien de veran­deringen in het weer sneller en zien heel wat vogels.”

Wat hij vooral betreurt is dat som­mige bewonersgroepen die voor meer groen pleiten, zich tegelijk te­gen hoogbouw keren. „Dat snap ik dus niet. Met alleen nee, nee, nee kan ik niks. Een compacte stad met een dikke, groene rand erom­heen is mijn ideaal. Zo’n stad kent ook minder autoverkeer. En dat moet ons ook veel waard zijn.”