‘Groot-Amsterdam’ broedt op plan regionaal warmtenet

Vijfentwintig partijen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zetten zich samen in voor de aanleg van een regionaal warmtenet. De 25, waaronder de provincie Noord-Holland, een aantal gemeenten en energiebedrijven, ondertekenden daartoe op onlangs een samenwerkingsovereenkomst. Als onafhankelijk regisseur die het programma verder gaat uitwerken, is Jan van der Meer benoemd. Energie Actueel sprak met de voormalige Nijmeegse wethouder duurzaamheid over zijn plan van aanpak.

–Wat gaat u de komende twee jaar als programmaregisseur doen?

Van der Meer: “Mijn rol is die van aanjager. In en rond Amsterdam bestaan plannen voor meerdere lokale warmtenetten. Met die verschillende projectteams ga ik bekijken wat er nodig is om die netten van de grond te krijgen en hoe we ze uiteindelijk aan elkaar kunnen knopen tot één groot regionaal open warmtenet. Inclusief de twee warmtenetten die Nuon al in Amsterdam exploiteert. In het najaar kom ik met een plan van aanpak. Ik wil graag met de deskundigen van alle aangesloten partijen aan de slag met het ‘grand design’. Waar moet het regionale net idealiter liggen en welke bronnen sluiten we aan? Daarnaast wil ik met de aangesloten partijen afspraken maken over de organisatiekant. Wie pakt welke rol? Hoe gaan we het financieren? Wat moet de propositie worden voor woningcorporaties, huurders en particuliere woningeigenaren? En niet onbelangrijk: hoe ziet een open net er uit en onder welke voorwaarden werken energiebedrijven daaraan mee? Een en ander moet, als het aan mij ligt, uitmonden in een Warmteakkoord voor de MRA, met daarin afspraken over de uitrol van het warmtenet.”

-Wat wordt uw eerste wapenfeit en wanneer is het regionaal warmtenet af?

“Ik ben nu bezig met een informatieronde. Ik ga bij alle partijen langs om van ieder te horen hoe dat regionale netwerk er uit moet zien en hoe we het moeten aanpakken om zover te komen. Een eerste concrete stap is een maatschappelijke kosten-batenanalyse, ofwel MKBA. Daarmee legitimeer je mogelijk de betrokkenheid van de overheid. We moeten laten zien of zo’n warmtenet wat oplevert voor de maatschappij. Dus collectieve warmtenetten versus gebouwgebonden maatregelen. Die MKBA is naar verwachting in oktober klaar. Nu zeggen wanneer het regionaal warmtenet er helemaal ligt, is lastig. Daarvoor is het nog te pril. MRA wil in 2040 minstens 400.000 woningen van het gas af en aan een warmtenet hebben. Ik ga ervan uit dat we dat in ieder geval halen. Maar het kan veel sneller. Als de overheid bijvoorbeeld warmtenetten gelijk gaat behandelen als elektriciteits- en gasnetten, dus centraal regelen en publiek financieren. De Rijksoverheid kan ook gas zwaarder belasten en/of warmte subsidiëren. Dergelijke maatregelen kunnen ervoor zorgen dat de aanleg van warmteneten echt ontzettend vaart krijgt.”

-Met de Warmtewet stijgt bij een hogere prijs van gas die van warmte toch ook?

“De Warmtewet is qua prijssetting te rigide. Een warmtenet is enerzijds geen vetpot voor de warmteleveranciers. Anderzijds staan corporaties vaak niet te trappelen om mee te doen, omdat de warmteprijs te hoog is voor hun huurders. Willen we warmtenetten echt fors kunnen uitrollen, dan moet de prijs van warmte Schermafbeelding 2015-08-25 om 13.56.37ten opzichte van gas naar beneden. Andere marktmodellen voor warmte zijn dus nodig en dat vereist aanpassing van de wet. Die leunt nu op het niet-meer-dan-anders principe. Verbruikers van warmte betalen niet meer dan bij een vergelijkbaar verbruik van gas. Maar de wet belet prijsdifferentiatie. Spelen met de prijs van warmte kan nu meestal niet. Door de wet te versoepelen en gas extra te belasten, ontstaat er bijvoorbeeld ruimte voor het geven van korting op warmte. Ook zijn dan proposities als nul-op-de-meter voor warmte makkelijker haalbaar. Minister Kamp wekt met zijn Warmtevisie de indruk mee te willen zoeken naar een oplossing. Dus dat is alvast winst.”

-Met welke projectteams bent u in gesprek over de vorming van een regionaal warmtenet?

“In Haarlem heb je het project Spaarne Energie voor het verwarmen met geothermie van zo’n 6.000 woningen in Schalkwijk. In de Regio IJmond loopt een studie naar de inzet van restwarmte van Tata Steel voor onder andere een woonwijk in de gemeente Velsen. In Zaanstad zijn er plannen voor de uitbreiding van de bestaande stadsverwarming in de wijk Saendelft richting Krommenie en voor de aanleg van een warmtenet in Zaanstad-Oost. Greenport Aalsmeer doet onderzoek naar de haalbaarheid van CO2-levering en geothermie, en naar het gebruik van restwarmte. En in Amsterdam zelf zijn er allerlei plannen voor uitbreiding van de bestaande warmtenetten. Zoals uitbreiding van het net van Westpoort Warmte van Nuon en de gemeente naar Amsterdam-Noord.”

-Als wethouder duurzaamheid van Nijmegen was u nauw betrokken bij de aanleg van een warmtenet in die stad. Wat zijn voor u de lessons learned van dat project?

“Essentieel is dat alle partijen in de keten er beter van worden. De producent van de warmte, de distributeur, warmteleverancier en liefst ook de verbruikers. Dus woningcorporaties en hun huurders en particuliere woningeigenaren. Anders gaat het gewoon niet werken. Dat betekent ook dat partijen heel transparant naar elkaar moeten zijn over hun rendementseisen en verder moeten durven denken dan alleen hun eigen belang. Die transparantie hebben partijen in Nijmegen naar elkaar betracht, waardoor het daar een succes werd. Met onze businesscase zaten we uiteindelijk onder de streep toch nog met een tekort. Die 3,8 miljoen euro heeft de stad toen bijgepast. Het was ook prima uit te leggen, want vergeleken met zon, wind en biogas waren dit toch de meest efficiënte klimaateuro’s. En met deze gemeentelijke bijdrage maakten we een investering mogelijk van meer dan 100 miljoen euro. Politiek commitment is dus ook heel belangrijk. Elk warmtenet verdient een ambitieuze bestuurder, zeg ik dan maar.”

-MRA wil een open net, net als de provincie Zuid-Holland met het Warmterotonde-plan. Waarom?

“Een regionaal open net is heel robuust. Je knoopt warmtebronnen van verschillende producenten aan elkaar. Valt er een bron uit, dan staan er altijd voldoende andere garant voor de leveringszekerheid. En je maakt het voor producenten die niet het hele jaar door kunnen leveren ook interessant om mee te doen. Op termijn kun je in zo’n netwerk minder duurzame bronnen ook makkelijker uitfaseren. Of dit in Amsterdam lukt, moet nog blijken. Misschien moet je het hele netwerk, dus de buizen, wel overdragen aan een andere entiteit of er een nutsvoorziening van maken. De discussie daarover moet nog plaatsvinden. Ik zeg nu alleen: laten we eerst proberen met elkaar de koek groter te maken, dan komt daarna wel het marktspel en wie welke rol pakt. Je creëert met zo’n groot netwerk ook betere financierings- en subsidiemogelijkheden. Grote beleggers en Brussel zijn niet geïnteresseerd in kleine projecten.”

-Hoeveel is MRA kwijt aan een regionaal warmtenet en kan het ook nog afketsen op die kosten?

“Volgens een eerste grove berekening kost het zo’n 3 miljard euro. Dat is veel geld, maar dat het er komt, staat voor mij vast. De vraag is alleen wanneer. Gas raakt een keer op, dus je hebt een plan B nodig. Ik zie het liever nu gebeuren dan later onder grote druk. Dat vereist wel dat alle betrokken partijen voor een deel over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Maar hoe dan ook, dit gaat een keer gebeuren.”