Hoe Nederland van het gas af gaat

Nederland gaat 250.000 woningen per jaar loskoppelen van het aardgasnet. Warmte­regisseur Jan van der Meer leidt ons langs de werf van de eeuw in Nijmegen, groene hoofdstad van Europa 2018. ‘Vergelijk het met de naoorlogse wederopbouw. Het zal honderden miljarden euro’s kosten. Maar het wordt geweldig.’ Een interview met Ine Renson van de Vlaamse krant De Standaard. 

‘Het is nog niet helemaal geland.’ Toen Jan van der Meer een nieuwe keuken met inductiekookplaat wilde installeren, suggereerde zijn elektricien gewoon bij gas te blijven. Een nieuw circuit leggen voor die kookplaat alleen, het leek hem te veel gedoe. En toch, het moest. Als man die Nederland van het gas af helpt, moet Van der Meer het goede voorbeeld geven. Hij vertelt de anekdote, terwijl hij met zijn elektrisch aangedreven BMW door de straten van Nijmegen navigeert. Het weer jojoot tussen zon, regen en hagel. Alsof de klimaatgoden het verhaal dat we hier optekenen, kracht willen bijzetten.

Nijmegen, de oudste stad van Nederland, transformeerde in een decennium tijd tot stad van de toekomst. Ze schakelde over op stadswarmte, wind- en zonne-energie. Er kwam nieuwe fiets­infrastructuur. Bussen rijden op groengas. Het sluitstuk werd de rivier de Waal: die kreeg een nevengeul waardoor ze bijna verdubbelde in omvang. De stad heeft nu een kunstmatig eiland met stranden. Aan de oevers is ruimte voor nieuwe woningen, horeca, ontspanning en cultuur – denk festivals als Lowlands en trendy riverside appartementen. In 2018 draagt Nijmegen een jaar lang de titel ‘groene hoofdstad van Europa’.

Schermafbeelding 2017-04-29 om 12.32.15Van der Meer drukte als wethouder (het Nederlandse equivalent van schepen, red.) van Milieu en nadien Ruimtelijke Ordening, Energie en Water (GroenLinks) tussen 2006 en 2014 zijn stempel op het project. ‘Na decennia van waterwerken en dijken bouwen, ging de knop om. We geven water opnieuw ruimte.’ Delegaties uit Mexico, Vietnam en Indonesië komen nu kijken hoe Nederland van klimaatverandering een kans maakt.

Gasbevingen

‘Soms denk ik: komaan jongens. Er is geen tijd om elk met onze eigen ingrepen te fröbelen in de marge’
Maar dat is nog maar het begin. In de komende jaren maakt Nederland een versnelling om voorgoed van het aardgas af te gaan. Aardgas is misschien minder vervuilend dan olie, maar in een CO2-neutrale maatschappij is ook daar geen plaats voor. ‘De mensen schrikken zich rot als ze dat horen’, zegt Van der Meer. ‘Maar er is geen ontkomen aan: over 33 jaar moeten alle 7 miljoen huishoudens van het gasnet afgesloten zijn. We staan aan de vooravond van een gigantische revolutie.’

Die deadline van 2050 werd eind vorig jaar vastgelegd door minister van Economie Henk Kamp. Er komen geen nieuwe aardgasaansluitingen. Verwarming van huizen en kantoren wordt overgenomen door warmtenetten, gevoed door restwarmte uit de industrie, afval- en energiecentrales of geothermie. De rest komt van warmtepompen aangedreven door zonnepanelen. Koken zal enkel nog elektrisch kunnen.

Die warmtewende wordt aangedreven door de klimaatbeloften van Parijs. Maar ook de gasbevingen in Groningen geven een duwtje. ‘Door de gaswinning zakt de bodem er, in schokken. Dat leidde tot schade aan woningen. Woedende Groningers eisten dat we de gaswinning zouden stoppen. Tegelijk wil je ook niet afhankelijk worden van boeven als Poetin. En er is ook een economisch argument: de gasleidingen zijn stilaan aan vervanging toe. Dat is niet meer te verantwoorden, want ze halen de afschrijvingstermijn niet meer.’

Afvalwarmte
Die hele transitie wordt planmatig uitgerold. De natiSchermafbeelding 2017-04-29 om 12.32.26onale overheid schetst het kader en bepaalt de randvoorwaarden, de gemeenten voeren uit in overleg met de burger. Als warmteregisseur moet Van der Meer de verschillende partijen met elkaar verbinden. Hij ruilde de politiek in voor het adviesbureau Over Morgen en is aan de slag in de metropoolregio Amsterdam en in Arnhem-Nijmegen. ‘In Amsterdam heb ik techneuten van de 32 partijen die mij hebben aangesteld, samen op een eiland gezet met de boodschap: maak een ontwerp van hoe het warmtenet er tegen 2040 uitziet; je komt er maar af als je er uit bent.’

En toch. Het wordt geen eitje. Het potentieel voor de omschakeling is er, zegt Van der Meer. Alleen: alles samen zal ze honderden miljarden euro’s kosten. ‘Ik vergelijk het met de naoorlogse wederopbouw: de straten moeten open, de gasnetten eruit, de warmtenetten erin, de elektriciteitsnetten verzwaard voor wind- en zonne-energie, en elke woning moet aangepast.’

Om te tonen hoe het werkt, neemt hij ons mee naar de afvalenergiecentrale ARN in Weurt, net buiten Nijmegen. De indrukwekkende fabriek zoemt, gromt, zindert en raast. Vrachtwagens voeren afval aan, dat vervolgens in een versnipperaar gaat – een reusachtige mond die onophoudelijk fijngemalen afval uitbraakt. Dat wordt opgestookt in ovens van 1.200 graden. ‘Hier verdwijnt 11 ton afval per uur‘, knipoogt Peter Drewes, de man die binnen de ARN het warmteproject trok.

Maar dan gebeurt iets interessants. De ovens zijn voor hun afkoeling verbonden met waterketels. Uit de stoom wordt elektriciteit gehaald, het opgewarmde water zelf wordt aan ongeveer 95 graden in een pijpleiding gepompt. Vandaar gaat het naar een nieuwbouwwijk in Nijmegen, waar het bij 70 graden de huizen binnen gaat en bij 45 weer buiten, terug naar de centrale. ‘Tien jaar is erover gebakkeleid’, zegt Drewes. ‘En in een halfjaar tijd was het netwerk operationeel.’ Prijskaartje: ruim honderd miljoen euro. Voorlopig wordt een 4.000-tal woningen met de afvalwarmte gevoed. Maar er is potentieel voor 35.000, bijna 40 procent van de stad.

FullSizeRenderIIIFullSizeRenderIIFullSizeRender

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kat in ’t bakkie

Hoe duurzaam is groene warmte uit ovens – grondstoffencrematoria, zoals de groene jongens ze noemen? Jan van der Meer glimlacht, terwijl hij door een raampje naar de zinderende vlammen tuurt. ‘In de zaaltjes waar ik ga spreken, heb ik vaak nog het meest last met mijn eigen achterban. Nederland is een land van geloven. Wie heftig gelooft in isoleren en zonne-energie, haalt zijn neus op voor stadswarmte. In de Amsterdamse wijk Buitenveldert was er een flat waar de gasketels vervangen moesten worden. De voorzitter kreeg een goede offerte van Nuon voor een aansluiting op het warmtenet dat naast het gebouw liep. Kat in ’t bakkie, dacht die man. Maar toen begonnen de bewoners te discussiëren. Iemand had gehoord dat warmtenetten niet duurzaam zijn. En wat doen ze? Ze schaffen nieuwe gasketels aan!’

Dit is een tussenstap, knikt Peter Drewes. ‘Zolang de mens niet afvalvrij is, kunnen we de energie die we uit de afvalverwerking halen maar beter gebruiken. Ik schat dat deze installatie nog dertig jaar meegaat. Hebben we tegen dan geen afvalprobleem meer? Perfect! Dan kan hij dicht. Of beter: omgebouwd tot een alternatieve energiecentrale.’
‘In Amsterdam willen we Tata Steel bij het verhaal betrekken’, zegt de warmteregisseur. ‘Zij hebben warmte over waarmee we op zijn minst 40.000 woningen kunnen verwarmen. Maar ook hierop komt kritiek. “De staalindustrie is een grote vervuiler. En wie zegt dat Tata er nog is over 15 jaar?” Allemaal terecht. Maar ondertussen geeft Greenpeace zelf toe dat we die staalindustrie nodig hebben om windmolens te bouwen en dat het zinvol is de restwarmte te gebruiken. Het punt is: dat is nog altijd veel duurzamer dan jouw gasketeltje thuis.’

‘Soms denk ik: komaan jongens. Er is geen tijd om elk met onze eigen ingrepen te fröbelen in de marge. Met een collectief systeem als stadswarmte kun je reuzenstappen zetten. 10.000 woningen in het mandje, uitrollen, en klaar. In de regio Amsterdam gaan we een half miljoen woningen aansluiten tegen 2040. In Arnhem en Nijmegen 90.000. Ondertussen kun je het warmtenet verduurzamen. Zo doet Denemarken het, daar zit 60 procent van de huishoudens al op het warmtenet. Op termijn gaan we dat voeden met aardwarmte die we aanboren op grote diepte. Als we onze huizen isoleren, daalt de vraag naar warmte, en kunnen we bronnen met lagere temperaturen aansluiten. Zoals datacenters.’

Stroperigheid

Schermafbeelding 2017-04-29 om 12.32.02We rijden terug de stad in, naar de nieuwe wijk Waalfront. Daar kloppen we aan bij Albert-Jan en Stéphan, een koppel dat intekende op een woning met stadswarmte en zonnepanelen. Een warmtewisselaar in een kastje in de gang; verder merk je er niets van. Het huis en het water uit de kraan worden met het water van de afvalcentrale verwarmd. De jonge mannen vinden het allemaal best, zolang ze het niet voelen in hun portefeuille. ‘Je krijgt de garantie dat stadswarmte niet duurder is dan gas.’ Nieuwbouwwijken aansluiten is het laaghangend fruit plukken. Maar ondertussen moeten ook de bestaande woningen worden omgeschakeld.

‘De helft van de Nederlanders heeft geen idee van wat hen boven het hoofd hangt’, stelt de warmteregisseur vast. ‘We zitten nu in de fase waarin we ons afvragen: “Hoe vertellen we het de burger?” We moeten de wijken in, mensen informeren en verleiden met financiële compensaties. Het tempo moet omhoog. De wijken die in aanmerking komen voor omschakeling, krijgen daar acht jaar de tijd voor. De komende 25 jaar moet jaarlijks bij 250.000 woningen de afkoppeling worden ingezet. In Nijmegen komt dat neer op twee wijken per jaar.’

Dat proces, en vooral de kosten die ermee gepaard gaan, worden onderschat, zegt Van der Meer. ‘Ook door de politiek. Het volstaat niet om convenanten te onderteken. Nu moet het geld op tafel komen. Een woning op het warmtenet aansluiten, kost een kleine 15.000 euro. Die woning isoleren en klaarzetten voor een warmtepomp: 60.000 euro. Dat is slikken. De overheid moet tussenkomen. Zeker nu je nog volop in de onrendabele top van de transitie zit.’

Elke avond kan de warmteregisseur wel bij een infosessie of discussiepanel langs. De realiteit is weerbarstiger dan gehoopt. ‘Ik erger me soms aan die stroperigheid. Aan elke aansluiting van een complex op het warmtenet gaat jaren onderhandelen vooraf. Dan denk ik: jongens, dit komt er gewoon aan. Ga ervoor!’

Eigen energie eerst
Het goede nieuws: de grote spelers zijn mee. Afvalcentrales en fabrieken die restwarmte willen leveren. En energieleveranciers die beseffen dat ze alleen overleven als ze inzetten op groene energie. Nuon, dat tot voor kort vooral gas verdeelde, helpt Nederlandse wijken nu om aardgasvrij te worden. ‘De knop is om’, beaamt Van der Meer. ‘De transitie kost ons een rib uit ons lijf, maar het zal ook duizenden jobs opleveren. Energie wordt lokaal opgewekt. Het geld dat we daarmee uitsparen, kan zo weer de economie in.’

Eigen energie eerst. ‘Hoe kunnen populisten als Geert Wilders of Donald Trump het klimaatprobleem nu ontkennen? Blijven ze liever afhankelijk van de Russen of de Arabieren? Met hun oliedollars financieren ze het wahabisme in Saudi-Arabië. Daar begrijp ik de logica niet van. Terwijl de zeespiegel stijgt, ligt Nederland wakker van zijn identiteit. En draait Trump de CO2 -kraan open. Dan lijkt alles wat wij hier doen zinloos.’

Jan van der Meer duikt in zijn jasje voor een hagelbui, terwijl we hoog op de nieuwe dijk van de Nevengeul lopen. ‘Soms denk ik: we gaan over die twee graden opwarming heen. Het heeft allemaal geen zin. Maar dan zie je weer de perspectieven. Wind en zon zijn al goedkoper dan steenkool, dus die mijnen in Amerika gaan niet opnieuw open, wat Trump daar ook over zegt.’
Als jonge kerel, zegt hij, werd hij aangegrepen door das grosse Waldsterben in Duitsland. ‘Klimaatsceptici zeggen nu: “Die zure regen waarover jullie emmerden, daar is toch ook niets van gekomen?” Dat is het net! Door een mondiaal verbod op cfk’s kregen we het gat in de ozonlaag grotendeels weer dicht.’

Om het tij voor CO2 nog te keren, hebben we een oorlogseconomie nodig, vindt Van der Meer. Zoals Churchill de Engelse industrie op één jaar tijd overschakelde naar tanks en schepen en munitie. Maar hoe creëer je dat momentum, als de vijand onzichtbaar is? ‘Het wordt stilaan wel zichtbaar. Je krijgt gekker weer. Er is de droogte in Afrika, er zijn de overstromingen in Bangladesh. Maar eigenlijk hou ik niet van doemscenario’s. Groen levert kansen. In Kopenhagen is het een onderdeel van hun citymarketing. In Duitsland werd het eerste windmolenpark zonder subsidies opgeleverd. Als links het doet vanwege het klimaat, en rechts voor de economische ontwikkeling, heb je een sterke combi. Op dat breekpunt zitten we nu.’

Warmtewende in Vlaanderen?

Jan van der Meer was vorige week gastspreker op een klimaattop in Gent. De stad wil voorloper zijn in klimaatbeleid en staat tweede in de race om Europese groene hoofdstad te worden in 2019. Tegen 2030 moet de CO2 -uitstoot met 40 procent naar beneden. ‘We hebben al wat puzzelstukken, zoals het eerste en grootste warmtenet van Vlaanderen’, zegt de Gentse schepen van Leefmilieu Tine Heyse (Groen). ‘Maar om volledig fossielvrij te zijn tegen 2050, moeten we een serieuze tand bijsteken.’

Nederland inspireert door zijn planmatige aanpak, vindt Heyse. ‘Het is evident dat je nieuwe wijken niet meer op aardgas aansluit. Wij doen dat ad hoc, bij nieuwe projecten of als we woontorens in de buurt van het warmtenet renoveren. Ik mis in ons land een duidelijke energie­visie met dwingende deadlines, transitieplannen en financiële maatregelen. Het zigzagbeleid over kern- en biomassacentrales helpt ons niet echt verder.’

Het tempo waaraan Nederland van het gas af gaat, halen we hier niet. Behalve in Gent liggen warmtenetten in Brugge, Leuven, Roeselare, Antwerpen en Beveren-Doel – samen goed voor 26.000 gezinnen. De komende jaren zijn nieuwe projecten gepland in Oostende en Antwerpen.

‘Het besef is er ondertussen wel dat we kolossaal op zon, wind én restwarmte moeten inzetten’, zegt Heyse. ‘Maar ik ga niet de wijken intrekken met de boodschap “doe je gasketel en gasfornuis maar weg”. Eerst moeten we kijken welke wijken op warmtenetten kunnen worden aangesloten. Voor de andere moeten we groene stroom haalbaar maken. Het laatste wat we willen, is meer uit de kerncentrales halen.’