Interview in De Dukenburger

jan-1‘Ik heb gekozen voor Nijmegen.’ Dat zegt wethouder Jan van der Meer in het wijkblad De Dukenburger. Het is onmogelijk dat hij in een andere stad bestuurder wordt. Jan van der Meer is wethouder van onder meer wonen, klimaat en groen. Het is zijn tweede periode in het college van B en W.

Van alle collegeleden heeft hij de meeste lokale politieke ervaring. Van der Meer is toegankelijk en goedlachs. Toen hij in de gemeenteraad zat, kreeg hij de bijnaam Jannetje plannetje. ‘Nu ik wethouder ben, is het volgens mij Van der Meer zet iets neer,’ zei hij twee jaar geleden in een interview in de Dukenburger. Dat heeft hij waargemaakt, vooral op milieugebied. Dat de stadsbussen op aardgas in plaats van diesel rijden, is bijvoorbeeld zíjn verdienste.

Energiebesparing
‘Als je zonnepanelen op je dak hebt, zie je de energiemeter teruglopen. Dat stimuleert. Mensen gaan dan vaak nog meer besparen.’ Enthousiast vertelt Van der Meer over het klimaatbeleid van Nijmegen. ‘We willen graag onze verantwoordelijkheid voor het klimaat nemen. Daarvoor hebben we twee redenen: bestrijding van de opwarming van de aarde en de woonlasten. Energie wordt steeds duurder. Om de woonlasten in toom te houden, dienen we te investeren in energiezuinige woningen. Daarin loopt Nijmegen voorop. We zijn op zoek naar de juiste methodes. Daarbij wordt ook gekeken naar andere steden. Vanaf het najaar rollen wij onze methode uit. We starten in Weezenhof. Daar is al een groep actief. Er komt een premieregeling. De gemeente gaat maximaal duizend euro bijdragen als je je woning isoleert. De premie is hoger als je je buren meeneemt. Het is natuurlijk veel efficiënter om meteen een heel huizenblok aan te pakken. Je wordt ondersteund door Het Groene Hert, de winkel in de Burchtstraat. Zij geven advies over bijvoorbeeld leveranciers en subsidies.’

Het beleid heeft succes, zegt Van der Meer: ‘Gas- en elektragebruik is in de stad 3,82 procent gezakt in het laatste jaar. Dat is meer dan de doelstelling. In heel Nederland is het gestegen, met uitzondering van Zuid-Holland.’

Gas
‘Voor auto’s zetten we in op gas. Nu is het aardgas, bijvoorbeeld in de stadsbussen. Binnenkort is het biogas, in de eigen regio gemaakt van gft-afval. Straks rijden alle bussen daarop, ook de streekbussen. Elektrisch is voor over tien jaar. We investeren niet in oplaadpunten, zoals Amsterdam. We doen dat niet, omdat niet duidelijk is wat het uiteindelijke systeem wordt.’

Wonen
‘We hebben een woonbehoefteonderzoek gehad. Er is een behoefte van duizend woningen per jaar. Die uit zich in twee soorten milieus. De grootste behoefte zit in het centrum-stedelijk en het stadsbuurt woonmilieu. Dat zijn het centrum en de randwijken daaromheen. Dat is goed nieuws voor Lent en Koers West. Aan de andere kant is er ook een behoefte aan woningen in het groenstedelijke milieu. Dat is laagbouw met veel groen, bijvoorbeeld Lindenholt. Er is geen nieuwe behoefte aan woningen in de tussenliggende milieus, bijvoorbeeld Dukenburg.’

Dat ligt toch ook in het groen?
‘Op buurtniveau is dat zeker waar, maar er staat ook relatief veel hoogbouw. In Dukenburg is behoefte aan woningen voor senioren. Daar hadden we ons eerder op moeten focussen. Er moeten meer woon-zorgwoningen komen. Dat geldt ook voor Lindenholt. Daar wordt de vergrijzing over tien jaar manifest. Daar moeten we nu al mee beginnen. Dat gebeurt ook: in de Horstacker worden ze nu gebouwd.’ In Neerbosch-Oost zijn de voorzieningen voor ouderen op peil. We moeten wel bestaande woningen levensloopbestendig maken.’

Dan is Hart voor Dukenburg met zijn vele nieuwbouwplannen dus voor niets geweest?
‘Het was teveel tekentafel. Mijn collega Hannie Kunst heeft dit voorjaar in de Dukenburger al uitgelegd wat er mis is gegaan.’

Van der Meer leest de Dukenburger. Vorig jaar klaagde columnist Martien de Goeij over de grindpaden in Stadspark Staddijk en De Geologenstrook. Hij daagde Van der Meer uit om samen met hem een wandeling te maken. Kort daarop ging de telefoon: Jan van der Meer aan de lijn. Hij nam de uitdaging aan. Samen liepen ze over de gewraakte paden. Inmiddels zijn de paden in De Geologenstrook aangepast.

Verkeer
In de vorige raadsperiode had Van der Meer verkeer in zijn portefeuille. Waarom heeft hij dat laten vallen?
‘Verkeer is heel divers, van klein tot groot, van een verkeersbord dat niet zichtbaar is door een boom tot de aanleg van een nieuw stadsbrug. In Nederland heb je 16 miljoen filEsofen. Iedereen heeft een mening over verkeer. Als GroenLinkser kun je het niet snel goed doen. Toen ik verkeer deed, is geïnvesteerd in een transferium. De verkeerslichten zijn aangepast zodat het autoverkeer sneller doorstroomt et cetera. Sindsdien hebben we in Nijmegen bijna geen files meer. Dat wordt je niet gegund, omdat je als GroenLinkser je alleen voor de bus en de fiets sterk zou maken.’

Verankeren
‘Ik ben de enige in het college die vanuit de raad wethouder is geworden. De rest is vanuit een directeurschap wethouder geworden. Mij kun je niet zomaar ergens anders neerzetten, bijvoorbeeld in een andere stad. Ik heb gekozen voor Nijmegen. In de vorige periode kregen we duurzaamheid op de agenda. In deze periode moeten we dat verankeren. Na 2014 moet het onderdeel kunnen zijn van citymarketing.’

Leuk
‘Ik vind het leuke aan dit werk dat je dagelijks bezig mag zijn met het reilen en zeilen van de stad waar je van houdt. Dat je daarover beslissingen mag nemen. De afrekencultuur in de politiek vind ik vervelend. Daar gaat veel negatieve energie in zitten. Je hebt als wethouder contact met allerlei soorten mensen. Je praat met mensen in de wijk, met bestuurders en directeuren. Elke dag is anders. Het is zó divers. Dat maakt het ook zo’n bijzondere functie.’

Acht jaar wethouder zijn vindt Van der Meer genoeg: ‘In 2014 stop ik. Ik wil daarna een groene ondernemer worden. In zonnekracht, denk ik.’

Tekst: René van Berlo en Gerard van Bruggen