We moeten van gas af, niet morgen al, wel voor 2050

Er moet nog veel geregeld worden, maar om op tijd klaar te zijn begint Eindhoven nu al met het aardgasvrij maken van de stad. Een ingezonden opinieartikel in het Eindhovens Dagblad.

We hebben deze zomer de klimaatverandering in het gezicht gekeken, zo schreef de NRC. Periodes van ernstige droogte en hittegolven in ons land, en op vele plekken op de aardbol werden nieuwe hitterecords verbroken. Om erger te voorkomen, dienen we met z’n allen snel minder energie te verbruiken en over te schakelen op duurzame energie, zodat we geen fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas, meer hoeven te verbranden. Dat betekent ook dat we onze woningen op een andere, meer duurzame wijze, moeten gaan verwarmen. Klimaatverandering en het akkoord van Parijs zijn dan ook één van de redenen waarom dit kabinet voortvarend aan de slag wil met de uitfasering van aardgas in onze woningen. Ook in Eindhoven.

Klimaatverandering is echter niet de enige reden. Groningen lijdt van de aardgaswinning en de kraan wordt er langzaamaan dichtgedraaid. Dat betekent automatisch dat wij in onze woningen het gasverbruik moeten terugdraaien. Willen we toch gas, dan moeten we meer Noors en Russisch gas moeten gaan importeren. En willen we afhankelijk zijn van Rusland? Lijkt mij onwenselijk. Dat is reden drie, en is het rijtje Parijs, Groningen en Moskou compleet.

Paniekverhalen

Maar in tegenstelling tot allerlei paniekverhalen dat we allemaal morgen van het aardgas af moeten zijn, nemen we de tijd voor deze transitie. In 2050, over 32 jaar dus, moet deze operatie zijn afgerond. Dat betekent wel dat we nu moeten beginnen. Inmiddels is het al verplicht om nieuwbouwwoningen aardgasvrij op te leveren en dat kan heel goed zonder al teveel extra kosten. Voor bestaande huizen moet eerst nog van alles worden geregeld voordat we grootschalig aan de slag kunnen. Wat mij betreft moet eerst aan drie voorwaarden worden voldaan. Ten eerste moet de belasting op gas omhoog en de belasting op elektriciteit naar beneden, waardoor alternatieve technieken rendabeler worden. Lage inkomens moeten we compenseren via het belastingstelsel. Ten tweede: voer gebouwgebonden lening worden in, waardoor de lening niet is verbonden aan de woningeigenaar maar aan de woning. Dan ben je als particuliere eigenaar geen geld kwijt bij verhuizing. Deze lening is dan voor het rendabele gedeelte van de investering. Daarom zou er ook – en dat is het derde punt – een subsidie moeten komen voor het onrendabele gedeelte van de investering. Op deze manier zorgen we ervoor dat de kosten van de warmtetransitie rechtvaardig worden verdeeld gedurende de hele periode tot 2050. Deze punten zijn landelijk voorgesteld en mogelijk dat deze uiteindelijk in het klimaatakkoord terug komen.

Warmtetransitieplan

In afwachting van de maatregelen en subsidies van de Rijksoverheid zijn we  – ook in Eindhoven – wel al bezig om de energietransitie in goede banen te leiden. In 2021 moet een warmtetransitieplan gereed zijn, waarin staat welke techniek, in welke buurt kan worden toegepast en wanneer. Voor buurten die voor 2030 aan de beurt zijn, geven we concreet aan hoe we woningen gaan verwarmen. Bij buurten na 2030 kan nog een vraagteken staan, want mogelijk zijn er rond die tijd nieuwe technieken inzetbaar. In alle gevallen geldt dat de woningen allereerst goed geïsoleerd moeten zijn. Dus wat dat betreft kan iedereen nu al aan de slag.

Pioniersbuurt

Allemaal wachten tot na 2030 is te riskant, omdat in de meeste gevallen de straat open moet voor warmtenetten, vervanging gasnetten en verzwaring van elektriciteitsnetten. Het moet dus vanaf nu buurt voor buurt en niet alles tegelijk aan het eind want dan ligt de hele stad open. In Eindhoven starten we met de aardgasvrij maken van de stad met pioniersbuurt ’t Ven, natuurlijk is samenspraak met bewoners, netbeheerders en woningcorporaties.

Verder krijg ik vragen over waterstof. Moeten we niet wachten met het loskoppelen van het aardgasnet, zodat we het kunnen gebruiken voor waterstof? Waterstof staat nog in de kinderschoenen en is pas nuttig als dat gemaakt wordt van overtollige duurzame stroom. Het opslaan van duurzame stroom – bijvoorbeeld door opwekken van energie door windmolen – kan waarschijnlijk pas grootschalig na 2030 en bovendien kunnen we deze energie beter inzetten voor de industrie, als alternatief voor aardgas. Dat geldt ook voor biogas (gemaakt van GFT en mest) dat het beste in eerste instantie ingezet kan worden in de industrie en transport.

Laten we dus vooral nu gezamenlijk werken aan een duurzame wereld en stad, en met de juiste mix van proven technologies en innovatie.

 

Jan van der Meer

Wethouder Duurzaamheid en Openbare Ruimte – gemeente Eindhoven