Welke index is het duurzaamst?

Titus Brandsma. grootGisteren kwam N1 met een bericht dat Nijmegen niet goed scoort op een duurzaamheidsindex. Op deze index (www.gdindex.nl) scoort Nijmegen een rapportcijfer 4.3 en een 376ste plaats. Laat ik voorop stellen dat het goed is dat gemeenten worden vergeleken op beleidsterreinen. Je leert van elkaar en het houd je scherp. Het stimuleert om nog meer goede dingen te doen. Maar als je dieper in de genoemde index duikt dan kan ik deze echter niet serieus nemen.

Mensen klagen steeds vaker dat duurzaamheid zo’n containerbegrip is geworden. Alles wordt er onder geschaard, waarmee een devaluatie van het begrip gaande is. Deze index werkt daar aan mee. Want er zijn niet alleen criteria voor energie, lucht, water en groen (de duurzaamheids-hardcore) maar ook voor onderwijs, burgerparticipatie, gezondheid, financiën en sport. Kortom, voor het gehele gemeentelijke beleid dus. Ik ben in Nijmegen verantwoordelijk voor groen, water, klimaat en energie, maar je kunt me niet afrekenen op het gehele gemeentelijke beleid. Je leert hier dus niets van.

Vervolgens kijk je hoe die criteria tot stand zijn gekomen. Nu hebben ze bij elk thema één indicator genomen en gebruik gemaakt van één bron. Dan wordt het wel heel erg dun. Bij onderwijs nemen ze het percentage voortijdig schoolverlaters in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Iedereen beseft dat dit in de stad groter zal zijn dan in een plattelandsgemeente. Het is meer een indicator voor de samenstelling van de bevolking. Los van de vraag of één indicator wel voldoende is om te meten hoe gemeenten presteren op het vlak van onderwijs. Ook het areaal natuur is in de stad logischerwijze lager dan in het omliggende gebied. Deze is ook fraai: burgerparticipatie wordt gemeten door uit te gaan van het opkomstpercentage tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2010. De opkomst is in de stad traditiegetrouw lager dan in dorpen en wat zegt dit überhaupt over duurzaamheid? Daar komt bij dat gemeenten die hetzelfde rapportcijfer hebben (en dat is vaak het geval) op alfabetische volgorde worden gezet.

Los van deze index is het een interessante vraag of je steden gemakkelijker kunt verduurzamen dan landelijke gemeenten. Je kunt dat met een ja en een nee beantwoorden. Ja, omdat steden compacter zijn. Er staan gemiddeld kleinere huizen dan in landelijke gebieden, die minder energie nodig hebben. De voorzieningen zijn dichterbij dan in landelijk gebied waardoor autokilometers worden bespaard. Nee, omdat er in de stad minder ruimte is voor duurzame energiebronnen. In het landelijk gebied is er over het algemeen meer ruimte voor windmolens, zonneparken en biomassa. Het is makkelijker een dorp energieneutraal te maken dan een stad. Texel is zo’n mooi voorbeeld van een eiland dat dit doel bijna heeft bereikt. Je kunt dus moeilijk steden vergelijken met landelijke gemeenten, zeker als je algemene criteria neemt.

De Brabantse gemeente Mill & St. Hubert staat op plek 9 van de index. Ik ken Mill natuurlijk goed; ik ben er geboren en getogen. Destijds was de gemeente één van de meest verzuurde gemeenten van Nederland. Dit vanwege de intensieve landbouw en bio-industrie. Ik weet niet hoe het er nu voor staat, maar ik heb niet het idee dat duurzaamheid nou echt leeft in Mill en dat daar nu geweldige dingen worden gedaan. Desondanks is het een mooie groene gemeente; maar duurzaam?

Kortom, de index – die is samengesteld door twee personen – haalt er teveel bij, is te beperkt als het gaat om de indicatoren en zorgt ervoor dat steden slechter scoren dan landelijke gemeenten. Volgens de opstellers is de index nog in ontwikkeling en staan ze open voor kritiek om de index te kunnen verbeteren. Bij deze. Overigens heeft Thijs de la Court, wethouder in Lochem, ook forse kritiek op deze index. Lees zijn weblog hierover.

Het alternatief is de Duurzaamheidsmeter. Deze is ontworpen door het Centrum voor Ontwikkelings Samenwerking (COS) en wordt ondersteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Ook hier worden meer thema’s aangesneden dan sec alleen groen en klimaat. Maar het aantal onderwerpen (met veel meer indicatoren) is veel beperkter en toegesneden op de drie-eenheid People, Planet, Profit. De vragenlijst wordt door gemeenten zelf ingevuld, maar de organisatie kijkt kritisch naar de antwoorden. Gemeenten houden mekaar daar bovendien scherp in. Nijmegen staat in deze lijst op 1. Zie: www.duurzaamheidsmeter.nl

Maar laten we het ook niet belangrijker maken dan het is. De indexen zijn vooral bedoeld om bestuurders en anderen te stimuleren zich nog meer in te zetten voor een duurzame gemeente. En dat is een gemeente die onafhankelijk wil zijn van fossiele brandstoffen, die bezig is met de energietransitie, schone lucht, verantwoorde voedselvoorziening, sociale duurzaamheid en rekening houdt met toekomstige generaties. En dan kan ik gerust zeggen dat Nijmegen zeer goed bezig is. Samen werken we aan een mooie stad!