Gelderland neemt afscheid van aardgas

In deze krant stond onlangs een bijdrage van professor Smeulders van de TU Eindhoven over dat we te snel van het aardgas af willen. Zijn verwijt was dat de politiek niet naar de wetenschap luistert. Ik heb goed geluisterd en heb ook een antwoord. Een ingezonden artikel vandaag in de Gelderlander. 

We gaan niet te snel. We zijn nog maar amper begonnen. We hebben 30 jaar de tijd genomen om stap voor stap alle woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Hiervoor is een goed geoliede machine nodig om ervoor te zorgen dat we in 2050 klaar zijn. Uiteindelijk moeten we erin slagen in Gelderland per werkdag 100 woningen aardgasvrij te maken. Als we woningen gaan aansluiten op een warmtenet, of gaan voorzien van een warmtepomp dan zal vaak ook de straat open moeten om de warmtenetten te leggen of de elektriciteitsnetten te verzwaren. Mensen moeten dit werk doen en dan kan niet alles tegelijk. Je wilt ook niet dat overal de straten tegelijkertijd open liggen. Daarom moet vanaf nu buurt voor buurt van het aardgas af en daar gaan alle 51 gemeenten van Gelderland de komende jaren plannen voor maken.

Professor Smeulders waarschuwt echter dat als we te snel gaan met het omruilen van gasketels voor elektrisch aangedreven warmtepompen, we meer elektriciteit gaan verbruiken, die we dan met aardgas en steenkool moeten opwekken waardoor we juist meer CO2 zouden gaan uitstoten. Maar ik kan de heer Smeulders en alle lezers geruststellen. De vergroening van onze stroomvoorziening gaat sneller dan de warmtetransitie. We zijn in Nederland druk met nieuwe windparken op zee en op land en met zon op daken en op land. In 2030 is al gauw 70% van onze stroom duurzaam. Dus het risico dat hij schetst, is er niet.

Verder begint Smeulders over waterstof: wacht daar maar op, suggereert hij. Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager. Waterstof maak je van elektriciteit. Die moet je dus eerst opwekken via zonnepanelen of windmolens. En het staat echt nog in de kinderschoenen. Grootschalig inzetten? Dat kan de eerste 10 jaar nog niet. En als dat al kan dan is het nodig voor de industrie, zwaar transport en binnenvaart om maar een paar voorbeelden te noemen. Want die hebben geen duurzaam alternatief.

Waterstof is een hoogwaardig product en moet je dus niet inzetten om kamertjes in woningen van 18 naar 21 graden te verwarmen. Dat kan meestal beter met warmtepompen. Deze hebben vaak een rendement van 300%, terwijl bij de productie van waterstof zo’n 30% verlies optreedt. Om de lezer een indruk te geven: stel je hebt een wijk die je voorziet van warmte met warmtepompen en dat wordt geleverd door één windmolen. Voor diezelfde wijk heb je met waterstof maar liefst vier windmolens nodig.

Natuurlijk moet je de komende jaren er ook voor zorgen dat alle woningen goed geïsoleerd worden. Daar kan iedereen vandaag mee beginnen. Al is het alleen maar voor de eigen portemonnee. Dus laten we vooral versnellen en samen optrekken om onze wereld duurzamer te maken.

Jan van der Meer

Gedeputeerde Klimaat en energietransitie provincie Gelderland

 

Nabrander: Jan Willem van de Groep geeft aan dat gebruik van waterstof in gebouwde omgeving 50% energieverlies op levert aan het eind van de pijp. Bovendien hebben volgens hem warmtepompen een gemiddeld rendement van 400%. Dus dan wordt dat rekensommetje: 1 windmolen voor een wijk met warmtepompen versus 8 voor dezelfde wijk met waterstof. Hoe dan ook een inefficiënte manier om waterstof in te zetten.